Kazematten op het Eiland van Dordrecht
Op het Eiland van Dordrecht ligt een zeer markante bunkerstructuur, bestaande uit kazematten, onderdeel van het zuidfront van de 'Vesting Holland'. De kazematten werden langs de buitenste, zuidelijke dijken van het Eiland van Dordrecht op regelmatige afstand van elkaar gebouwd. Ze bestaan uit één laag met een soort schilddak, zijn geheel in schoon gewapend beton uitgevoerd en hebben één toegangsopening. De - in totaal bijna 60 - kazematten zijn tussen februari en mei 1940 gemaakt als groepsschuilplaats, in opdracht van de Nederlandse Staat. Toen de oorlog uitbrak in Nederland, waren ze eigenlijk nog niet helemaal klaar. Ook aan de Kop van ’t Land zijn enkele kazematten te vinden. Op onderstaand kaartje is te zien waar.
Het woord kazemat komt van het Italiaanse ‘casa armata’, wat ‘gewapend huis’ betekent. Oorspronkelijk werden daar kanonkelders mee aangeduid, die in de rondelen van vestingen waren gemetseld. Sinds de Eerste Wereldoorlog werden dergelijke geschutskamers ook ‘in het veld' gebouwd, gemaakt van (gewapend) beton. Sinds de Tweede Wereldoorlog worden betonnen onderkomens in de volksmond vaak aangeduid met ‘bunker', het Duitse woord voor het Nederlandse ‘kazemat'. Zonder geschutsfunctie noemen we ze ‘groepsschuilplaatsen' (bron: www.grebbelinie.nl)
Nederland in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog
Na de Eerste Wereldoorlog had Nederland een grote bewapeningsachterstand. De sfeer in Nederland was antimilitaristisch en er was groot vertrouwen in de net opgerichte Volkerenbond. Sommige politieke groeperingen wilden zelfs leger en vloot afschaffen. Bovendien verkeerde Nederland in een economische crisissituatie. Dit leidde herhaaldelijk tot bezuinigingen op de defensie-uitgaven. Het gehele defensiebeleid was er sinds de Eerste Wereldoorlog eigenlijk op gebaseerd dat Nederland ook bij een nieuwe oorlog haar neutraliteit zou behouden. In 1935 ontstond ook in Nederland langzamerhand een bewustzijn van de internationale dreiging. Er was geen getraind leger en uitsluitend verouderd materieel. Er werd 31 miljoen gulden beschikbaar gesteld om hier wat aan te doen. Vanaf het najaar van 1938, het jaar dat Duitsland Oostenrijk inlijfde, begon het naderende gevaar serieus in politiek Nederland door te dringen. In september 1939 vond algemene mobilisatie plaats. De militairen waren niet of nauwelijks geoefend. Al eerder was begonnen met het versterken van de Vesting Holland, maar pas vlak voor het uitbreken van de oorlog werd echt ernst gemaakt met de bouw van kazematten.
De vesting Holland
In 1922 vond een reorganisatie plaats van de 'Vesting Holland'. De vesting werd kleiner gemaakt en de bevelsstructuur gewijzigd. Alle vestingwerken die erbuiten vielen werden ontmanteld. De Vesting Holland was de kern van de landsverdediging en bestond uit verdedigingswerken in de Stelling van Amsterdam, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van het Hollands Diep en het Volkerak en de Stelling van de Monden Van de Maas en van het Haringvliet. In 1923 hoorden ook de kustforten van Hoek van Holland en IJmuiden hierbij. Er was een verdeling in Zuid-, West-, Noord- en Oostfront. Bij het Oost- en het Zuidfront vormden de waterhindernissen, de grote rivieren en inundaties, samen met de daarachter gelegen stellingen, de belangrijkste passieve verdedigingskracht. Overgangen en doorgangen kregen extra verdedigingswerken. Het Eiland van Dordrecht viel onder het Zuidfront van de Vesting Holland, gevormd door de lijn Biesbosch-Hellevoetsluis. Het Oostfront - Muiden, Utrecht, Gorinchem en de Nieuwe Hollandse Waterlinie – aangelegd in perioden tussen 1816 en 1874, bleef tot maart 1940 de Hoofdverdedigingslijn. Met het aantreden van Generaal Winkelman in 1940 werd dat de Grebbelinie, daarnaast kregen de grote rivieren en het Zuidfront extra aandacht.
De kazematten
Tussen 1929 en 1939 werden in Nederland tientallen grote kazematten of bunkers gebouwd voor mitrailleurs en licht geschut, volgens de aanwijzingen in de Voorschriften Inrichtingen Stellingen (VIS) voor het bouwen van gewapend betonnen schuilplaatsen en gevechtsopstellingen. Dit VIS verscheen tussen 1928 en 1935 in 10 delen. Het meest gebruikt was deel VII, 'Bouw van zware gewapende betonschuilplaatsen’. Het wegens tijdsomstandigheden ongewenste woord 'gevechtsopstellingen' was hier versluierd omschreven als 'schuilplaatsen'.
Het model van de kazematten was afgeleid van een ontwerp uit oktober 1939: het type 1 uit deel VII van het VIS. Vanwege de afgeschuinde bovenzijde noemden de Duitsers deze kazematten ‘Piramiden’. De schuilplaatsen moesten tijdens vijandelijke beschietingen bescherming bieden aan militairen die open opstellingen (bijvoorbeeld loopgraven) bemanden. Dit alles was gebaseerd op ervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Ook materiaal en maatvoering waren vastgelegd. Afhankelijk van het type was het weerstandsvermogen hoger. De Dordtse kazematten zijn van het type met het minste weerstandvermogen. Uiteindelijk zijn ze, waarschijnlijk in verband met de haast, ook nog wat kleiner uitgevoerd dan de standaardmaten en bovendien, tegen de voorschriften in, meestal niet gefundeerd. Ook de (stalen) deuren waren vrijwel nog nergens geplaatst. Binnenin de kazemat bevindt zich één betonnen ruimte, meestal toegankelijk via een L-vormige gang. De afmetingen van de binnenruimte zijn: 3.40 x 2.80 x 2.00 m (diepte x breedte x hoogte).
De kazematten zijn in bezit van de Staat, maar staan bijna allemaal op privé-grond. De grondeigenaren gebruiken ze doorgaans voor opslag. Vanwege de constante temperatuur van ca. 5 C, te vergelijken met het klimaat in grotten, is de kazemat niet alleen uitstekend geschikt voor opslag, maar ook als winterverblijfplaats voor vleermuizen. Een tiental kazematten is op dit moment al als zodanig in gebruik. De gehele bunkerlinie, zoals deze in 1940 is aangelegd, is vandaag de dag nog grotendeels in oorspronkelijke staat.
(Bron: Bunkers op het Eiland van Dordrecht, www.dordrecht.nl/monumentenzorg )